Interview Willy Winkelmans

Willy Winkelmans (76) woont sinds 2000 in Steendorp en is voorzitter van de vzw Het Ringgenootschap, de moeder van “Ringland”.  Als transporteconoom volgde hij de Oosterweelplannen sinds eind de jaren '90. Hij ziet dat de politiek blijft vasthouden aan haar eigen gelijk en vooral geen stemmen wil verliezen. Groen Temse sprak met hem over zijn engagement en sterke geloof in burgerparticipatie. 

 

Hoe bent u geïnteresseerd geraakt in de campagne rond de Oosterweelverbinding?

“Ik was hoogleraar transporteconomie aan de Universiteit Antwerpen en tegelijkertijd 20 jaar voorzitter van de Vlaamse Havencommissie, om mijn voeling met de bedrijfswereld niet te verliezen. In 2005 werd ik geconfronteerd met de plannen voor de “Lange Wapper” alias de Oosterweelverbinding. Als transporteconoom zag ik onmiddellijk in dat dit geen goed plan was. Tegelijkertijd zagen verschillende burgerbewegingen het licht. StRatengeneraal, Ademloos, Forum 2020, Dit waren krachtige signalen van bezorgde burgers, maar ze werden stuk voor stuk genegeerd door de politiek. Peter Vermeulen, de bedenker van Ringland, vroeg me in 2014 om voorzitter te worden van vzw “Het Ringgenootschap”. Uiteraard heb ik ja gezegd:  het gaf mij de kans om mee te werken aan een prachtig project. Met de steun en hulp van vele jonge en oudere medewerkers is het concept “Ringland” uitgegroeid tot een mooi alternatief en een perfect uitvoerbaar plan! De gevestigde politiek had er aanvankelijk geen oren en ogen naar, maar we bleven doorzetten.  Na drie manifestaties en vier externe studies op gebied van duurzame mobiliteit, stadsontwikkeling, leefbaarheid en haalbaarheid, werd in Brussel en Antwerpen toch de dialoog aangegaan. Of dit werkelijk een overwinning wordt, zullen we nog moeten afwachten, maar het heeft in ieder geval al veel voeten in de aarde gehad. 

 

Waarom koos u voor een engagement in een burgerbeweging en niet in de politiek? 

“De kracht van een burgerbeweging is dat er veel jonge mensen zich engageren, mensen die zich aangetrokken voelen door innovatieve ideeën en die willen samenwerken om oplossingen te vinden voor problemen die de gemeenschap aanbelangen. 

Politici zijn echter vaak bezig met de korte termijn. Zeker wat infrastructuurwerken betreft. Je moet daar rekening houden met een periode van minstens 10 jaar om een effect te zien van je beslissing. Die tijd hebben de meeste politici niet, want de volgende verkiezingen staan al snel voor de deur. Ze kijken dus eerder naar hun eigen belang en zijn bang om stemmen te verliezen.” 

 

Denkt u dat de politici fouten hebben gemaakt in het Oosterweelproject?

“Bij het plannen van de Oosterweelverbinding had men niet alleen weinig of geen aandacht voor de noodzakelijke vergroting van de transportcapaciteit op de ring door Antwerpen, ook de mogelijke neveneffecten op vlak van leefmilieu en luchtkwaliteit voor de omwonenden werden niet voldoende ingeschat. De nationale politiek vond het niet nodig de omwonende burgers   naar hun mening te vragen: dat is toch echt niet meer van deze tijd? Het bewijst dat er een totaal gebrek aan aandacht bestond voor wat er leeft bij de mensen. Achteraf hadden ze ook niet de moed om toe te geven dat ze zich vergist hadden. 

Bezorgde, intelligente en zeer capabele burgers hebben zich hiertegen verzet. Ze zagen dat de plannen een gevaar zouden betekenen voor hun gezondheid en hebben actie ondernomen.” 

 

Pakken burgerbewegingen de problemen anders aan dan politici? 

“Politici hebben vaak de neiging om krampachtig vast te houden aan hun politieke belangen, terwijl er bij burgerbewegingen eerder een open dialoog bestaat. Er wordt overlegd met alle betrokken partijen en het advies van experts wordt in overweging genomen, zodat de burgerbewegingen uiteindelijk tot een gedragen standpunt komen. Bij Ringland zijn er meermaals verhitte discussies geweest, maar uiteindelijk kwamen we altijd tot een gemeenschappelijk standpunt in functie van onze visie.”

 

Burgerbewegingen hebben vaak de reputatie van antibewegingen te zijn. Begrijpt u van waar dit komt?

“Nee, daar sta ik ook elke keer van te kijken. Volgens mij houdt de politiek die negatieve perceptie in stand. Af en toe vragen ze wel aan de burger om hun mening over iets te geven, maar dat is meestal veel te laat in het proces. Er is dan geen ruimte meer voor constructieve voorstellen; en dan krijg je enkel tegenstand natuurlijk. Als je burgerparticipatie wil toelaten, doe dit dan in de beginfase. Zo voelt de burger zich betrokken. Het beleid moet niet door burgerbewegingen gemaakt worden, maar beslissingen moeten het gevolg zijn van een participatief proces. Alleen zo kan beleid gedragen zijn door een brede groep.” 

 

Ook in Temse zijn de laatste weken enkele burgerbewegingen opgestaan, ze willen inspraak bij beslissingen die een impact hebben op hun dagelijkse leven. Steunt u hun strijd?

“Ik ben blij dat er heel wat aan het bewegen is rond de herbestemming van de steenbakkerijsite in Steendorp. Blijkbaar heeft het gemeentebestuur nog steeds niet begrepen dat ze hun plannen niet zomaar kunnen doorvoeren, zonder inspraak van hun burgers. Een verstandig gemeentebestuur zou daarover een ruime bevraging moeten doen. Ze moeten hun oor minstens  bij de Steendorpenaars zelf te luisteren leggen . Alleen dan komen ze te weten of er echt nood is aan een KMO-zone op die plaats in de gemeente Temse. Als je de mogelijkheden van die site bekijkt, die midden in een groot groen gebied ligt en voor de hele gemeenschap heel waardevol is, dan vraag ik mij ook af of er geen investeerders kunnen gevonden worden die hier een nuttig en maatschappelijk relevant project van willen maken. Als ik de minister van economie hoor zeggen: “we gaan de sociale fraude hard aanpakken”, dan zou ik hem eerder aanmoedigen om systemen te bedenken, waarin mensen met grote vermogens overtuigd worden om hun geld te investeren in projecten, die de hele samenleving ten goede komen. Iets creëren waar duizenden mensen gelukkig van worden, dat is toch fantastisch!”